Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Inkomenskloof tussen vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen daalt in Antwerpen sneller dan elders in Vlaanderen

Het gemiddeld netto belastbaar beroepsinkomen van zelfstandigen die in de provincie Antwerpen wonen, ligt op 30.334,9 euro. 

Dat blijkt uit een analyse van Acerta op basis van de meest recente cijfers van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). 

 

Daarmee klokken de zelfstandigen in hoofdberoep uit de provincie Antwerpen opnieuw af boven de kaap van 30.000 euro op jaarbasis, al blijven ze net onder het Belgische gemiddelde van 30.742 euro. 

 

Ook opvallend in de Antwerpse cijfers: de provincie tekent de sterkste daling van de inkomenskloof van alle Vlaamse provincies (-4,3%) op. Toch verdienen mannelijke zelfstandigen in Antwerpen gemiddeld nog altijd 9.390,7 euro meer dan vrouwelijke zelfstandigen, zo blijkt uit het onderzoek.

 

Sterke groei op langere termijn

Tien jaar eerder (in 2012) bedroegen de gemiddelde beroepsinkomsten van de zelfstandigen in hoofberoep uit de provincie Antwerpen nog 28.286,2 euro. Volgens de meest recente cijfers (die van 2022) is dat bedrag toegenomen tot 30.334,9 euro. Recentere cijfers heeft de RSVZ nog niet. De cijfers van 2022 vormen de basis voor de berekening van de definitieve sociale bijdragen in 2025. De gemiddelde beroepsinkomsten hebben zich de voorbije jaren dus hersteld met +7,2% tegenover 2012, maar liggen nog onder het Belgisch gemiddelde (30.742 euro). Ook tegenover het voorgaande jaar 2021 was er een duidelijke toename van 4,6%. Met 136.459 zelfstandigen en helpers in hoofdberoep heeft Antwerpen trouwens de grootste populatie zelfstandigen van het land.

 

 

Toon Huybrechts, expert starters en zelfstandigen Antwerpen bij Acerta: "Nadat het gemiddelde netto beroepsinkomen van zelfstandigen in hoofdberoep in de provincie Antwerpen daalde in de coronajaren, nam het daarna dus opnieuw toe. Die evolutie past binnen het bredere economische herstel na de pandemie, waardoor veel zelfstandigen hun activiteiten opnieuw op een normaal niveau konden brengen.”

 

Sterkste daling inkomstenkloof in Vlaanderen

 

Opvallend is dat Antwerpen volgens de cijfers van het RSVZ de sterkste daling van de loonkloof kent van alle Vlaamse provincies. De inkomenskloof tussen mannen en vrouwen daalde er op één jaar tijd met liefst 4,3%. Maar dat is nog altijd onvoldoende om de kloof te dichten.

Mannelijke zelfstandigen verdienden in 2022 gemiddeld 33.566,4 euro, tegenover 24.175,7 euro voor hun vrouwelijke collega’s. Dat betekent dat mannen op jaarbasis nog altijd gemiddeld 9.390,7 euro meer verdienen dan vrouwen. De inkomenskloof ligt daarmee hoger dan het Belgische gemiddelde van ongeveer 7.704,8 euro.

 

Toon Huybrechts, expert starters en zelfstandigen Antwerpen bij Acerta: “Dat de genderkloof in Antwerpen sterker daalt dan in de andere Vlaamse provincies, is een positief signaal. We zien almaar meer vrouwen kiezen voor een loopbaan als zelfstandige binnen de vrije beroepen, waar de inkomens doorgaans hoger liggen. Dat zorgt ervoor dat vrouwelijke ondernemers hun gemiddelde beroepsinkomsten sneller zien stijgen. Tegelijk draagt Antwerpen ook een economische geschiedenis met zich mee. Sectoren zoals de haven, handel en nijverheid waren traditioneel sterk mannelijk georiënteerd. Die historische realiteit zien we vandaag nog altijd weerspiegeld in de inkomenscijfers. De kloof verkleint, maar mannen verdienen gemiddeld nog aanzienlijk meer dan vrouwen.”

 

 

Vrije beroepen leveren hoogste inkomsten

Net als in alle andere negen provincies en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden in Antwerpen de hoogste gemiddelde beroepsinkomsten gerealiseerd binnen de vrije beroepen. Zelfstandigen actief in die sector verdienden in 2022 gemiddeld 36.912,6 euro per jaar. Daarmee laten ze handel (28.689,8 euro), nijverheid (27.094 euro) en diensten (20.286,3 euro) duidelijk achter zich.

 

Toon Huybrechts, expert starters en zelfstandigen Antwerpen bij Acerta: “Starten als zelfstandige in vrij beroep zit trouwens al jaren in de lift, zo blijkt uit de meest recente cijfers van het RSVZ die Acerta analyseerde. In 2025 groeide het aantal vrije beroepers in ons land aan met 15.374 tot in totaal 458.864 mannen en vrouwen. Nooit lag dat cijfer zo hoog als nu. Opvallend: het zijn vooral de vrouwen die voor die groei zorgen (+3,9% ten opzichte van 2024). Bijna één op twee vrouwelijke zelfstandigen was in 2025 een vrije beroeper: 44,9% van de vrouwelijke zelfstandigen oefende een vrij beroep uit. Ter vergelijking: onder de mannelijke zelfstandigen kiest ‘slechts’ 28,8% voor een vrij beroep.”

De sterke aanwezigheid van vrije beroepen in de provincie Antwerpen (34% van alle zelfstandigen in hoofdberoep) helpt ook verklaren waarom vrouwelijke zelfstandigen hun inkomenspositie de voorbije jaren sneller konden versterken.

 

Over de cijfers

 

Acerta analyseerde de recent vrijgegeven cijfers van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) over de netto belastbare beroepsinkomsten. Die inkomens vormen de basis voor de berekening van de sociale bijdragen van zelfstandigen. Het gaat om de bruto beroepsinkomsten, verminderd met de beroepskosten en lasten, en – indien van toepassing – met beroepsverliezen. Die worden vastgesteld volgens de regels van de personenbelasting. De weergegeven bedragen zijn niet geïndexeerd en er is geen correctie toegepast met betrekking tot inflatie of koopkrachtverschillen.

Om de evolutie van de gemiddelde inkomens betrouwbaar in kaart te brengen, werden enkel personen opgenomen van wie het inkomen definitief vaststond voor het betrokken inkomstenjaar. Het meest recente inkomstenjaar waarvoor volledige gegevens beschikbaar zijn, is 2022.

De cijfers van het RSVZ hebben betrekking op alle personen die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen: zelfstandigen in hoofd- en bijberoep, helpers, alsook zaakvoerders en bestuurders van vennootschappen. Voor bovenstaande analyse beperkte Acerta zich tot de zelfstandigen in hoofberoep.

De geografische verdeling naar provincie is altijd gebaseerd op de woonplaats van de aangeslotene. Dat komt niet noodzakelijk overeen met de plaats waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend, dit is ook niet gekend door het RSVZ.

De vermelde bedragen zijn gemiddelde inkomens. Individuele inkomens kunnen sterk afwijken van dit gemiddelde. Evoluties worden bovendien beïnvloed door zowel inkomensstijgingen als wijzigingen in de samenstelling van de groep zelfstandigen.